AOW én transitievergoeding?

Inleiding

Iedere werknemer die langer dan twee jaren in dienst is, heeft kort gezegd recht op een transitievergoeding als de werkgever het initiatief neemt om de arbeidsovereenkomst te beëindigen of een tijdelijk contact niet verlengt. Dat is althans het uitgangspunt (als de werknemer bovendien niets te verwijten valt). Een uitzondering hierop is het einde van de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de werknemer. De wet bepaalt dat de transitievergoeding in dat geval niet aan de werknemer hoeft te worden uitgekeerd. En dat lijkt vreemd.

Het is in Nederland namelijk niet toegestaan om te discrimineren op leeftijd. De vraag is dan ook of deze regel te beschouwen is als directe discriminatie. Werknemers hebben normaal gesproken recht op een transitievergoeding behalve werknemers die met pensioen gaan. En dat lijkt toch verdacht veel op leeftijdsdiscriminatie. De Hoge Raad vindt van niet en legt dat hieronder uit.

De casus

Een medewerker van het Diaconessenhuis werd ontslagen vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Haar werkgever betaalde hem dan ook geen transitievergoeding. De werknemer was het daar niet mee eens. Hij meende recht te hebben op een transitievergoeding van € 48.000,00 en verzocht de kantonrechter, ondanks de wet, om zijn werkgever alsnog tot dat bedrag te veroordelen. De kantonrechter was niet zeker van zijn zaak omdat hij met de werknemer eens was dat deze wetsbepaling voelde als discriminatie. Waarom zou een werknemer die ergens lang heeft gewerkt en ontslagen wordt wel recht hebben op een transitievergoeding en de werknemer die zijn werkgever trouw blijft tot zijn pensioen daar geen recht op hebben? De kantonrechter vroeg de Hoge Raad dan ook om advies.

De uitspraak

De Hoge Raad vond ook dat oudere werknemers worden gediscrimineerd door hen, onder verwijzing naar hun leeftijd, geen transitievergoeding toe te kennen. Anders gezegd: de wet discrimineert op dit punt en dat is in Nederland niet toegestaan. Bijzondere omstandigheden kunnen echter een uitzondering hierop vormen.

De transitievergoeding is enerzijds bedoeld als compensatie voor het ontslag. Anderzijds is de transitievergoeding ook bedoeld om de werknemer in staat te stellen makkelijker een andere baan te krijgen. Op de werkgever rust een zorgplicht om de periode van werkloosheid na het ontslag van de werknemer zoveel mogelijk te bekorten.

De Hoge Raad stelt vast dat dit ‘tweede’ doel van de transitievergoeding bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de werknemer niet langer opgaat. Door het krijgen van ouderdomspensioen krijgt de werknemer na zijn ontslag een andere vorm van inkomen. De Hoge Raad meent dat er een natuurlijk moment moet blijven waarop een arbeidsovereenkomst op latere leeftijd van de werknemer kan eindigen zonder inhoudelijke ontslagtoets en zonder extra kosten voor de werkgever. Het volledig uitsluiten van een transitievergoeding is volgens de wetgever en de Hoge Raad in dit geval gerechtvaardigd. De Hoge Raad stelt dan ook dat deze regel niet een ongeoorloofde vorm van discriminatie in de hand werkt. Het betreft een objectieve – en duidelijke – regel.

Heeft u vragen een werknemer in dienst die bijna de pensioengerechtigde leeftijd bereikt? Of staat voor uzelf wellicht deze mijlpaal op de stoep en heeft u vragen over de transitievergoeding? Neem dan gerust eens contact op met een van onze advocaten, zij helpen u graag verder!