October 9, 2026

Vakantieopbouw tijdens slapend dienstverband?

A-G adviseert HogeRaad om werknemers wél vakantiedagen te laten opbouwen

Op 9 oktober 2026 heeft A-G De Bock een belangrijke conclusie genomen in de prejudiciële procedure over de vraag of een werknemer tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen blijft opbouwen. De conclusie kan grote gevolgen hebben voor werkgevers die langdurig arbeidsongeschikte werknemers nog in dienst hebben. De A-G komt namelijk tot de conclusie dat werknemers ook tijdens een slapend dienstverband wettelijke vakantiedagen blijven opbouwen en dat artikel 7:634 lid 1 BW op dit punt buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met het Europese recht.

Wat is een slapend dienstverband?
‍
Van een slapend dienstverband is sprake wanneer een werknemer langer dan 104 weken arbeidsongeschikt is, geen recht meer heeft op loon van de werkgever en doorgaans een WIA-uitkering ontvangt, terwijl de arbeidsovereenkomst formeel blijft bestaan. Op grond van artikel 7:634 lid 1 BW bouwt een werknemer vakantiedagen op over de periode waarin recht bestaat op loon. Omdat tijdens een slapend dienstverband geen loon meer wordt betaald, wordt in de praktijk vaak aangenomen dat de vakantieopbouw stopt. Over die vraag bestaat echter al geruime tijd discussie.

Verdeelde rechtspraak
In 2025 oordeelde de rechtbank Gelderland dat ook tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen worden opgebouwd. Diverse andere kantonrechters kwamen vervolgens juist tot de tegenovergestelde conclusie. Juist vanwege deze tegenstrijdige rechtspraak heeft de rechtbank Rotterdam prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.

Wat zegt de A-G?
‍
De conclusie van de A-G is duidelijk. Volgens de A-G volgt uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat het recht op jaarlijkse vakantie een fundamenteel sociaal recht is. Aan het ontstaan van dat recht mogen slechts zeer beperkte voorwaarden worden gesteld. De Nederlandse wettelijke regeling maakt de opbouw van vakantie afhankelijk van het bestaan van een aanspraak op loon. Volgens de A-G is dat niet verenigbaar met het Europese recht. Daarbij wijst de A-G erop dat het Hof van Justitie langdurig arbeidsongeschikte werknemers voor de vakantieopbouw gelijkstelt met werknemers die daadwerkelijk arbeid verrichten.

Kritiek op de recente Nederlandse uitspraken
Opvallend is dat de A-G expliciet afstand neemt van argumenten die in recente Nederlandse rechtspraak zijn gebruikt om vakantieopbouw tijdens een slapend dienstverband af te wijzen. Volgens diverse kantonrechters heeft vakantie tijdens een slapend dienstverband nauwelijks nog een recuperatiefunctie, omdat de werknemer geen arbeid meer verricht en vaak ook geen re-integratieverplichtingen meer heeft. De A-G volgt die redenering niet. Juist omdat arbeidsongeschiktheid buiten de wil van de werknemer ligt, heeft het Hof van Justitie volgens hem geoordeeld dat de vakantieopbouw dient door te lopen. Ook het argument dat de werknemer inmiddels een WIA-uitkering ontvangt, maakt dit volgens de A-G niet anders.

Mogelijke gevolgen voor werkgevers
Indien de Hoge Raad de conclusie van de A-G volgt, kan dit aanzienlijke financiële gevolgen hebben. Werkgevers die langdurig arbeidsongeschikte werknemers nog in dienst houden, kunnen dan worden geconfronteerd met een doorlopende opbouw van wettelijke vakantiedagen. Bij beëindiging van het dienstverband zullen deze dagen in beginsel moeten worden uitbetaald. Dat kan met name relevant zijn bij dienstverbanden die gedurende meerdere jaren slapend zijn gehouden.

Wat verwachten wij?
Hoewel de Hoge Raad niet verplicht is de conclusie van de A-G te volgen, is deze conclusie juridisch stevig gemotiveerd en sterk gebaseerd op bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Daarmee is de kans aanzienlijk toegenomen dat de Hoge Raad zal oordelen dat werknemers ook tijdens een slapend dienstverband wettelijke vakantiedagen blijven opbouwen. Werkgevers doen er daarom verstandig aan om deze ontwikkeling nauwlettend te volgen en de mogelijke financiële gevolgen van slapende dienstverbanden opnieuw in kaart te brengen.

Heeft u vragen over slapende dienstverbanden, langdurige arbeidsongeschiktheid of de financiële gevolgen van deze ontwikkeling? Neem gerust contact op met de arbeidsrechtspecialisten van MulderVanGeel advocaten.

‍

Nieuws & Inzichten

Gerelateerde artikelen

Verplichte gedragscode ongewenst gedrag: wat betekent het nieuwe wetsvoorstel voor werkgevers?
Ongewenst gedrag op de werkvloer – zoals pesten, discriminatie, agressie, intimidatie of seksuele intimidatie – blijft een actueel probleem. Ondanks bestaand beleid blijkt in de praktijk dat regels vaak onduidelijk zijn, onvoldoende worden nageleefd of onbekend zijn bij medewerkers.
Werkgevers snel aansprakelijk bij bedrijfsuitje: wat betekent dit voor werknemers?
Op 9 april 2025 oordeelde de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2025:1580) dat een werkgever aansprakelijk is voor de (letsel)schade van een werknemer tijdens een bedrijfsuitje. Benieuwd naar deze zaak? Lees dan snel verder.
Hoe warm is té warm op het werk?
Met de temperaturen van deze week is het ineens overal voelbaar: op kantoor, in de werkplaats en zeker buiten. Maar wanneer wordt warmte eigenlijk een probleem waar je als werkgever iets mee moet?
Secretaresse
MulderVanGeel
Hallo 👋 Hoe kan ik vandaag helpen?
Kan ik u ergens mee helpen?